Rondom Delfzijl was een stevige verdediging ingericht dat kon rekenen op een enorme hoeveelheid vuursteun van zware artillerie. Zonder veel tegenstand en met de enthousiaste steun van verzetsmensen ging het bataljon ‘Regina Rifles’ sprongsgewijze voorwaarts en werd de provincie in het noordoosten op 20 en 21 april tot in het gebied Middelstum – Garsthuizen – Roodeschool – Usquert schoongeveegd.
Pas toen Spijk ten zuidoosten van Roodeschool werd bereikt, kwam het bataljon onder hevig artillerievuur.
Even later zou het bataljon worden afgelost door het Perth bataljon van de 11e Infanterie Brigade, die onderdeel was van de Canadese 5e Pantser Divisie.
Intussen was het bataljon Royal Winnipeg Rifles (van de 3e Divisie) bij Loppersum gearriveerd. Het gevaar kwam van de ver dragende Duitse artillerie met hun onaangenaam en demoraliserend geluid. Het 7e Verkenningsbataljon had inmiddels uitgebreide verkenningen

gedaan en gewaarschuwd voor verschillende Duitse gevechts- groepen met een fanatieke wil om de strijd voort te zetten. Veel bruggen waren vernietigd en het terrein was slecht begaanbaar.
De Winnipegs zetten met behulp van bescherming van tanks hun opmars voort in de richting Wirdum om Appingedam vanuit noordwestelijke richting aan te vallen. Het artillerievuur van de Duitsers werd zo hevig en ongeleid dat besloten werd om de burgers van Appingedam te evacueren. Met 28cm scheepsgeschut werd de stad gebombardeerd. In de avond van 23 april werden de Winnipegs afgelost door het 9e Tankbataljon [de British Columbia Dragoons van de 5e Pantser Brigade, die weer onderdeel was van de Canadese 5e Pantser Divisie].
De Duitse artilleriestellingen konden slechts met een precisie- aanval worden uitgeschakeld. Het eerste succes boekten patrouilles van het Perth bataljon. In de nacht van 28 op 29 april werd een van de beruchtste stellingen beslopen en na hevige strijd overmeesterd. De Cape Breton Highlanders, eveneens van de 11e Brigade, nam het van het Perth over. Op 30 april om 10.00 uur in de ochtend werd de aanval geopend. In man tegen man gevechten en met de noodzakelijke steun van tanks werd Delfzijl op 1 mei 1945 uiteindelijk veroverd. Het Irish Regiment of Canada zou de dag daarop de laatste weerstanden in de zak van Delfzijl bij weiwerd en Farmsum tot overgave dwingen. Meer dan 4000 krijgsgevangenen waren het resultaat van deze laatste dagen, terwijl de eigen verliezen zeer beperkt bleven: Minder dan 150 gewonden en gesneuvelden.
Bron: Sporen van strijd in de provincie Groningen


Dit tankbataljon ging samen met het Perth bataljon ’s nachts nog naar Krewerd ten noordwesten van Delfzijl om van hieruit de basis te leggen voor de aanval op de ‘Delfzijl pocket’. Marsum, een paar kilometer verderop in de richting van Delfzijl, werd pas op de 29e veroverd. Nergens was men rondom de zak van Delfzijl veilig voor het Duitse vuur. Vooral de burgerij had het zwaar te verduren.
De strijd in de Provincie Groningen
16 april 1945 t/m 02 mei 1945
Voorbij de stad Groningen zou in de richting van de Dollard nog hard gevochten worden. Aan de 7e Infanterie Brigade (Canadese 3e Infanterie Divisie) en later twee brigades van de Canadese 5e Pantser Divisie was het ‘gegund’ om de laatste vijandelijke restanten op te ruimen.